Vreemdgaan
Ik ga vreemd.
Het is maar voor even, voor de lol tussendoor, en dan ga ik terug naar mijn Grote Liefde – maar ja, dat zeggen ze allemaal natuurlijk.
Het zit zo. Ik beschouw mezelf echt als een Nijgh-auteur. Mensen die mij de kans geven, ben ik eeuwig dankbaar. Maar goed, nu kwam er een kans op mijn pad om een kroegenboek te schrijven, samen met Kluun. Ik drink graag – dat is één – en Kluun weet hoe je een paar boeken moet verkopen – dat is twee.
Het resultaat ligt nu in de winkel: Aan de Amsterdamse nachten. De top 100 aller tijden van het Amsterdamse nachtleven. Maar ja, het is wel bij uitgeverij Podium verschenen, de huisvriend van Kluun.
Hoofdredacteur Paul Brandt van Nijgh verklaarde deze transfer tegen uitgever Joost Nijsen van Podium, tijdens een natte borrel: ‘Dat zie je bij Ajax ook vaak. Dan laten ze een speler een tijdje rijpen bij een eerstedivisieclub.’
Ik stond daar gewoon naast.
Er zit wel wat in. Laat ik het zo zeggen: het is niet zo dat ze bij Nijgh tot nu toe van mijn oplagen hun gas, water en licht kunnen betalen. Ik loop wel eens door hun enorme pand aan de gracht, met verlichting boven mijn hoofd, en ik ben er ook wel een keer naar het toilet geweest, misschien wel vaker. Daarmee heb ik mijn oplage er wel zo’n beetje doorheen gespoeld. En dan heb ik het nog niet eens over wat ik verstouw op borrels, presentaties en nieuwjaarsfeestjes – ik lust nogal een pilsje, zo’n Kluun komt niet voor niets bij mij.
Nee, een licence to print money ben ik niet.
Maar dat zal allemaal veranderen nu ik eenmaal met Kluun de ultieme nachtbijbel van Amsterdam heb geschreven. Mijn volgende roman bij mijn vriendjes van Nijgh verkoopt meteen als een beest. Goed, een fractie van Kluun misschien, maar van een fractie van dik twee miljoen exemplaren kun je bij Nijgh best vaak naar het toilet.
Tot zover de theorie.
Kluun heeft inmiddels een ware tournee langs kranten, radio en televisie achter de rug. Overal ging het over het nieuwe boek van Kluun, en Kluun en zijn Top 100. Ik was bij die interviews zelden welkom. Het gaat de media om Kluun, ik ben zap-momentje. Bijvangst.
Alleen bij Opium Night Live was ik welkom en bij Motel de Jong werd ik live op televisie met een plastic lul op mijn hoofd geslagen. Dat neemt niemand mij meer af.
Soms zocht ik steun bij Kluun. ‘’t Is niet leuk, hoor, altijd bij jouw prijs inbegrepen zijn,’ zei ik. ‘Ja,’ antwoordde Kluun, ‘het is inderdaad alsof een ontzettend lekker wijf staat te liften, maar als je stopt springt er opeens een grote, lelijke vent uit de bosjes.’
Vriendjes van Nijgh? Mag ik alsjeblieft terugkomen?
Hans van der Beek
www.hansvanderbeek.nl
PS: Het stokje geef ik door aan mijn held Hans Hogenkamp, een man met een fijnzinnig gevoel voor taal en vrouwen.
