Vluchtheuvels
Grappig, mijn voorgangster op deze plek, Nicolien Mizee, geeft het stokje aan mij door omdat ik de eerste was die een recensie schreef van haar debuut. Dat is alweer lang geleden, ik weet niet meer hoelang precies, maar ik kan me de teneur van mijn stuk nog wel herinneren. Dat ik het een goed boek vond, maar inderdaad een beetje te grollig.
Humor, dat is en blijft een moeilijk ding. Als je niet kunt (glim)lachen om een boek, dan is er wat mis, maar je moet je ook weer niet door een bad van leutigheid heen hoeven te ploegen. Misschien ben ik er wel extra streng op, omdat ik zelf altijd op zoek ben naar de juiste balans. En omdat er wel eens tegen me wordt gezegd dat ik niet té grappig moet willen zijn. Humor kan ook een vlucht zijn, net als ironie. En zelfspot. Vluchtheuvel en moeras tegelijkertijd.
Zelfspot moet je je kunnen veroorloven, zoals Femke Halsema onlangs zei in een interview met NRC Handelsblad. Ze gaf het voorbeeld van Agnes Kant, die te zeer te koop had gelopen met haar zwakte, in tegenstelling tot Mark Rutte. We waarderen zijn ontspannen aanpak, wat iets anders is dan dat hij zichzelf zou relativeren. ‘Als hij naar Obama gaat, doet hij daar extreem luchtig over. De ontspannenheid die daaruit spreekt, waarderen mensen. Maar Rutte zal niet snel zeggen: “Hier ben ik gewoon niet goed in”. Of: “Daar kom ik weer met mijn lachende hoofd”. Vergeet het maar, zoiets zegt hij niet.’ Ja, nu ze het zegt…
Onlangs zag ik Angels in America in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Mooi stuk, geschreven door Tony Kushner, die er de Pulitzer Prize voor het beste toneelstuk mee won. Waar het me nu om gaat is wat ik naderhand over hem las in het programmaboekje. ‘Kushner buigt zich in zijn stukken over de vraag hoe mensen kunnen veranderen nu er geen grote ideologische modellen meer beschikbaar zijn. Hoe ze verbindingen kunnen aangaan in een maatschappij gekenmerkt door individualisme en verdeeldheid.’
Het is ook maar net hoe je het brengt. Ik weet niet wat er staat en tegelijkertijd klinkt het onontkoombaar belangrijk. Ik bewaar deze passage alvast voor de achterflaptekst van mijn volgende roman. Niks meer met relaties, huwelijksleven, chroniqueur van het moderne vrouwenleven. Gewoon: ‘Pruis buigt zich in haar werk over de vraag hoe mensen kunnen veranderen nu er geen grote ideologische modellen meer beschikbaar zijn. Hoe ze verbindingen kunnen aangaan in een maatschappij gekenmerkt door individualisme en verdeeldheid.’ Niemand die me dan nog zal verdenken van zelfspot.
NB: Eigenlijk volgde hier nog een regel, namelijk: ‘Zelf weet ik gelukkig wel beter.’ Ik heb een tic ontwikkeld: altijd de laatste regel van een column weghalen. Je niet laten verleiden tot een uitsmijter. Echt, een column knapt er áltijd van op. Neem de proef op de som: lees de gemiddelde column in een krant en haal weg die slotregel. Nou? En nu niet schrijven: Ik zei het toch? Ik geef graag het stokje door aan de koning van de zelfrelativering, Hans Dorrestijn.
