In plaats van een brief

In plaats van een brief

Diana Athill (1917) is wat je noemt een wijze vrouw. En met haar 93 jaar heeft ze ook een lang leven om op terug te kijken. In In plaats van een brief beschrijft ze ongeveer de eerste helft, het verhaal van de opkomst en neergang van haar eerste liefde. En dat doet ze goed: het is heerlijk om te lezen over haar jeugd die zich afspeelt op het landgoed van Beckton Manor, waar haar aristocratische grootmoeder de scepter zwaait en haar excentrieke moeder worstelt met de afbrokkeling van de rijkdom en macht van de oude adel. Ondertussen droomt de jonge Diana over liefde. Gefascineerd door lichamelijke liefde struint ze de bibliotheek van het landhuis af, op zoek naar boeken met erotische passages. Als de nieuwe privéleraar arriveert heeft ze al van tevoren besloten verliefd op hem te worden. Deze Paul blijft haar liefde op afstand tijdens haar kostschooltijd– waar ze tot de conclusie komt dat ze niet in God kan geloven wanneer ze zeker weet dat ze overspel nooit zal kunnen uitsluiten noch afkeuren – en hun liefde komt pas tot volle bloei tijdens haar studietijd in Oxford.
Dan, terwijl de Tweede Wereldoorlog in volle gang is en Paul overzee werkzaam is als piloot van de Engelse luchtmacht, verbreekt hij totaal onverwacht de verloving en trouwt met iemand anders. Korte tijd later sterft hij, nog voordat Athill hem terugziet en kan vergeven. Tegen de achtergrond van de oorlog schetst Athill de lange zware weg terug naar een leven waarin ze opnieuw kan liefhebben, en vindt ze uiteindelijk haar geluk in het schrijven.

Athill schrijft dit boek als ze 43 is, en de vraag die ze zichzelf stelt aan het begin van het boek is typerend voor deze leeftijd, en spreekt mij – net 43 geworden – erg aan. Als je twintig wordt lacht het leven je toe, bij dertig stap je onverschrokken voorwaarts, maar zo rond je veertigste heeft het leven waarschijnlijk de eerste ferme klappen uitgedeeld. En hoe kijk je dan terug op je leven? Dat vraagt Athill zich ook af. De dood van haar grootmoeder zet haar aan het denken over wat ze heeft bereikt. Dat is niet veel, moet ze concluderen. Ze is alleen, chronisch lui, heeft geen nakomelingen, en in haar eigen ogen geen opmerkelijke talenten. Kortom: ze heeft niets van belang opgebouwd. Bij deze vaststelling verwacht ze een huivering te voelen, zo schrijft ze. Een kille angst voor haar eigen uur van sterven, maar vreemd genoeg komt dat gevoel maar niet.

Volgens een ongeschreven wet zijn (auto)biografieën alleen interessant als ze een buitengewoon leven beschrijven. Athill beoordeelt haar eigen leven weliswaar helemaal niet als bijzonder, en misschien is dat ook zo. Maar hier is voor alles een buitengewone vrouw aan het woord. Een vrouw die eerlijk en intelligent op de eerste helft van haar leven terugblikt, dit probeert te ontcijferen en haar bevindingen opgewekt deelt met haar lezers. Want belangrijker dan de vraag wat je tot nu toe in je leven hebt opgebouwd, is misschien de vraag: hoe nu verder? Athill geeft in In plaats van een brief hierop een geruststellend en hoopvol antwoord. Haar openhartigheid en de humorvolle, wijze inzichten maken dit een buitengewoon boek, waar ik als veertiger veel van kan leren.