Columnestafette - Slush pile

Columnestafette - Slush pile

Jaarlijks komen er bij Nijgh & Van Ditmar ongeveer tweehonderd manuscripten binnen. Om de twee maanden zeul ik met plastic tassen en een rugzak vol papier op en neer naar de uitgeverij om deze ‘slush pile’ op te halen – en ’m vervolgens door te spitten.

Er wordt wel eens lacherig gedaan over de tsunami aan manuscripten die uitgeverijen zou overspoelen. Steevast duikt dan het aantal op van één miljoen Nederlanders met literaire ambities, een getal dat – het moet maar eens gezegd – evidente flauwekul is, al circuleert het al tientallen jaren. Het is vergelijkbaar met de bewering dat het aantal mensen dat een carrière als profvoetballer ambieert, even groot is als de kijkcijfers van Studio Sport op zondagavond.

Toch heeft schrijven een onevenredig grote aantrekkingskracht. Het is een verraderlijke bezigheid; het is moeilijk, maar het is niet meteen duidelijk dat het moeilijk is. De meeste mensen zullen hun kansen om beroepsviolist of proftennisser te worden realistisch weten in te schatten, maar bij schrijven ligt dat anders. Iedereen kan een bestandje openen, in lekker vette kapitalen de eigen naam en een titel op de eerste pagina zetten, en beginnen met typen. En zie, er verschijnen letters op het scherm, en na een halfuurtje heb je al een bladzijde vol, dat gaat lekker zo, en voor je het weet ligt er een roman. Je wordt niet keer op keer met 6-0, 6-0 van de baan geblazen, er verschijnen geen boze bovenbuurmannen aan de deur die je willen dwingen je viool op te eten. Er zijn slechts welwillende tantes die vinden dat ‘het leest als een trein’. De stap naar control-P en de brievenbus is dan niet erg groot meer.

Het is niet moeilijk om een goede violist te onderscheiden van iemand die voor het eerst een strijkstok vasthoudt; dat hoor je al na een paar maten, en zodoende ben ik met veel manuscripten (ongeveer de helft) al na enkele bladzijden klaar. Dan volgt een flinke stapel lichtgevorderden bij wie de onderontwikkelde muzikaliteit na een pagina of dertig niet langer te ontkennen valt. En bij een kleine minderheid, zeg één op de tien, zit ik de hele sonate uit. Bijna altijd is er dan duidelijk sprake van talent, maar laat de techniek nog te wensen over. Deze mensen zouden zich eigenlijk moeten melden bij de schrijversvakschool, want een aantal van hen zal na een aantal jaren schrijfonderwijs beslist tot publicatie kunnen reiken. Klaar voor het conservatorium, maar nog niet voor het concertpodium.

Laat niemand zich ontmoedigd voelen. Juist de wetenschap dat een groot deel van de concurrentie maar wat aanrommelt, zal de serieuze aspirant-schrijver met talent en toewijding de nodige moed geven. Maar de lat ligt hoog, en een uitgeverij heeft niet tot taak mensen met talent op te leiden tot echte schrijvers. Zij hoeft slechts een keuze te maken uit degenen die elders al tot wasdom zijn gekomen; hetzij op eigen kracht, hetzij met professionele begeleiding. Maar de uitgeverij is geen onneembare vesting. Echt talent komt vroeg of laat altijd boven; hopelijk vooral bij Nijgh & Van Ditmar.

Hans Hogenkamp

Mijn dank voor dit estafettestokje gaat uit naar Hans van der Beek, een voorbeeld van iemand die de firewall destijds moeiteloos heeft doorbroken! Ik geef het stokje door aan Nicolien Mizee, omdat het na alle mannelijke egootjes hoog tijd wordt voor een vrouwelijk geluid.