Columnestafette - Borderliner

Columnestafette - Borderliner

Dit is mijn bureau. Ik heb altijd twee exemplaren van mijn eigen boeken links naast me op tafel liggen zodat ik in geval van nood meteen iedere onzekerheid over mijn bestaansrecht als schrijver de kop in kan drukken. Mochten de boeken niet volstaan, dan heb ik altijd nog de oude kranten met lovende interviews en recensies links van mijn scherm staan, om de laatste restjes twijfel weg te spoelen.

Uiteraard heb ik, zoals de meeste schrijvers, een niet geheel realistisch portret van mezelf als screensaver, zodat ik weet welk zelfbeeld ik moet nastreven: een mysterieuze en ietwat sinistere rokende man met een gelaat als een slagveld waar licht en schaduw in een doodstrijd zijn verwikkeld. Op bovenstaande foto zit ik net het wekelijks wisselende filosofische onderschrift te verversen – ‘Ben ik dat echt?’ – waarbij ik met mijn magere polsjes en licht opgestroopte mouwtjes graag mag steunen op een tekening die mij werd toegezonden door een Amerikaanse lezer.

Rechts van mijn scherm staan mijn aantekeningen, allemaal handgeschreven met de blauwe pen die naast mijn toetsenbord ligt. Iedere schrijver heeft een favoriet merk. In mijn geval is dat de Borderliner, die helaas niet meer wordt gemaakt maar waar ik ooit, tot mijn grote blijdschap, drie doosjes van heb weten te bemachtigen op een rommelmarkt in Perugia, waardoor ik tot mijn dood voorzien ben van schrijfgerei voor mijn aantekeningen. Die zijn er in drie soorten: kaarten, Post-its in naslagwerken, en ordnervellen. Op de kaarten staan ontluikende ideeën en schetsjes die nog een plaats moeten krijgen in het grotere werk. Ieder kaartje dat ik heb verwerkt wordt meteen verbrand in een zilveren foedraal dat buiten in de tuin in een speciaal ontworpen glazen kist staat. Zoals je ziet zit de kaartenbak nog redelijk vol. Soms is de beeldenstorm in mijn hoofd nauwelijks bij te benen. Daarom heb ik ook altijd een dictafoon naast me op tafel liggen, zodat ik al typend en schrijvend ook nog hersenspinsels kan inspreken, anders gaat er teveel verloren.

Helaas is deze foto niet meer geheel waarheidsgetrouw. De rubberen slang, die ik graag als boekenlegger gebruikte om mijn drukbezette geest de weg te wijzen tussen mijn vele aantekeningen, is door een fan gestolen toen ze langskwam om een twintigtal exemplaren van mijn nieuwste boek te laten signeren.

Neemt u gerust een kijkje op mijn website voor een realistischer portret van mijn huidige werkomgeving.

Richard de Nooy

PS: Ik geef het stokje graag door aan mijn kale lotgenoot Hans van der Beek, omdat ik heb begrepen dat hij zijn boeken inmiddels op zijn telefoon tikt. In de kroeg.