Het konijn op de maan

Het konijn op de maan


‘John Donne zei dat geen enkel mens een eiland is. John Donne heeft nooit op zaterdagnamiddag voor het Hep5-winkelcentrum in Osaka staan wachten tot het licht groen werd. Terwijl ik daar stond, wist ik hoe E.T. zich voelde.’

Sam, de hoofdpersoon van Paul Mennes’ nieuwe roman Het konijn op de maan, vertrekt met zijn vriendin Midori vanuit België naar Osaka om daar samen met haar een nieuw leven op te bouwen. Hoewel hij zich vooraf heeft verdiept in de Japanse cultuur en al een aardig mondje van de taal spreekt, komt hij toch in een geheel nieuwe wereld terecht. De romantiek van geisha’s, kersenbloesem en eeuwenoude traditie blijkt wonderlijk genoeg verbonden te zijn met pratende robots, vreemde Engelse T-shirtteksten en absurde hygiëneregels in een stad die nooit slaapt, waar alles altijd, altijd maar doorgaat. Wat te bestellen in een restaurant? Hoe neem je de metro? En wat doen toch al die konijnen in de stad?

Wat de roman van Mennes zo boeiend maakt is juist deze vervreemding. Het is eenzelfde soort vervreemding die de hoofdpersonen uit de film Lost in Translation ondergaan. Je beleeft het Tokyo van nu door de – westerse – ogen van de personages en voelt je net zo verloren als zij. Er zijn zoveel dingen die je niet begrijpt. Het enige dat je kunt doen is je erdoor laten meevoeren. En is dat laten meevoeren nu net niet een van de belangrijkste essenties van het lezen?

 

Voor de inwoners van Osaka is Sam op zijn beurt net zo onbegrijpelijk. ‘Ik zocht op YouTube het Japanse stereotype van de buitenlander op. We zijn groot, blond met blauwe ogen en grote neuzen. Als we onze mond opendoen klinkt het als “pera pera pera”. Dat betekent zoveel als “blablabla”. Of buitenlanders zijn rare snuiters die met een boekje vol standaardzinnetjes ergens binnenstappen en met veel horten en stoten aankondigen dat hun moeder samenleeft met een miereneter.’ De Japanse variant dus van die beroemde Monty Python-sketch, waarin een Hongaar een tabakszaak binnenstapt met de woorden: ‘My hovercraft is full of eels’.

De directe vragen die Sam stelt, zijn nieuwsgierigheid en zijn nuchterheid, dat vindt men maar ongemakkelijk in Japan. Want daar draaien de sociale omgangsvormen voornamelijk om het voorkomen van gênante situaties, van gezichtsverlies. Als ‘gaijin’ wordt Sam dan ook niet bepaald met open armen ontvangen, en in den beginne zeker niet door Midori’s familie.

Maar Sam laat het er niet bij zitten. Hij heeft haarfijn door dat het Japan zoals wij dat kennen uit films, documentaires en boeken, het Japan van die bizarre contrasten, dat dat júíst het Japan is van de buitenstaanders, niet van de Japanners zelf. Met een open vizier en veel gevoel voor ironie treedt Sam dan ook de Japanse cultuur tegemoet, en zijn verslag is even hilarisch als ontroerend. Want zal hij erin slagen om een plekje te vinden in deze samenleving? Zal Midori’s familie hem ooit accepteren? En het belangrijkste van alles: zal Midori ooit zijn vrouw worden?

Het konijn op de maan verschijnt eind augustus bij Nijgh & Van Ditmar en is een liefdevol, satirisch portret van het moderne Japan.

 

 

Caroline Mulder