Een dochter en haar moeder

Een dochter en haar moeder


Zondagmiddag en de telefoon gaat. Mijn moeder, schiet het door me heen en ik kreun inwendig. Ik heb nu geen zin, nee echt niet. Ik wil terugkeren naar het verhaal voor me. Weer dat dwingende getingel. Doorlezen gaat niet meer, dus ik leg het boek opzij en kom overeind uit de bank. Niet zo raar doen, neem gewoon op. Een blik op het display: ja hoor, ik heb gelijk en voel de tegenzin weer opkomen. Alle moeder-dochter relaties zijn complex, en die van ons ook. Met de telefoon in mijn hand sta ik in dubio. Opnemen of niet? Ik druk op het knopje ‘stil’ om in ieder geval het pingelende geluid te stoppen. Ik zie dat mijn moeder de telefoon eindeloos laat overgaan. Ze is een doorzetter en niet van plan snel op te hangen.


Ik kijk verlangend naar het boek dat ik aan het lezen ben, Een vrouw om achterna te reizen, van Annemarie Oster. Ik heb genoten van twee van haar vorige boeken, Sjans en Een moeder van niks, en ik keek dan ook reikhalzend uit naar dit boek.

Een vrouw om achterna te reizen gaat over Annemaries moeder. En wat voor een moeder. De toneelspeelster Ank van der Moer, ‘de Koningin van het Leidseplein’, was halverwege de vorige eeuw de grootste actrice van Nederland. Het is boeiend om te lezen over deze bijzondere vrouw, die een onmiskenbaar groot en ongrijpbaar talent had voor acteren (door haar collega Ellen Vogel prachtig omschreven als ‘slordig allure’), maar daarnaast ook dochter, minnares, echtgenote, ex-vrouw, collega en niet in de laatste plaats moeder was. Door middel van terug- en vooruitblikken leren we veel over het leven van deze grande dame van het Nederlands toneel, en vooral over de relatie met haar opgroeiende dochter Annemarie. Boeiend is ook de tijd waarin de verhalen zich grotendeels afspelen. Ik droom weg bij die wereld van getailleerde jurken met lijfjes en wijd uitlopende rokken, heren die hun hoed afnemen en deuren openhouden voor een dame in ruisend organza en handschoenen van glacé. De glorieuze kanten van de wereld van het toneel tijdens die late vijftiger jaren in Amsterdam komen tot leven.

Maar de verhalen gaan verder, voorbij de schone schijn. Ook de minder aantrekkelijke kanten worden niet onbesproken gelaten. Er wordt veel gepraat maar nog meer gezwegen, er wordt geplaagd en bedrogen, gedronken en eindeloos gerookt. De kleine Annemarie heeft het allemaal in zich opgenomen en is, eenmaal volwassen, door deze ervaringen een schrijver geworden met een groot opmerkingsvermogen, een soepele en scherpe pen en een zalig vermogen tot zelfspot. Zij is er in geslaagd om ondanks – of nee, juist dankzij – de genadeloze eerlijkheid waarmee ze het (onbedoelde) onvermogen van haar moeder en andere spelers in de verhalen blootlegt, voor alles een liefdevol boek over haar moeder te schrijven. Een boek ook met een les, denk ik nu. Verzucht Ank niet ergens in het boek: ‘Ik ben niet lief genoeg geweest voor mijn ouders. Later krijg je altijd spijt.’?

 

Snel druk ik op ‘opnemen’.

‘Hoi mam, ben je er nog?’